Als je 15.000 kilometer per jaar rijdt, dan heb je ongeveer 7 tot 8 zonnepanelen nodig om je laadstroom op te wekken. Maar dat getal is minder betekenisvol dan het lijkt en vanaf 2027 verandert wat het waard is.
Zo kom je aan dat getal
De rekensom bestaat uit twee stappen.
Wat je auto verbruikt. Een compacte elektrische auto doet ongeveer 15 kWh per 100 kilometer, een grotere SUV eerder 20 tot 22 kWh. Daar komt 5 tot 10 procent laadverlies bij: stroom die tijdens het laden verdwijnt en wel op je meter staat. Reken daarom met 18 kWh per 100 kilometer als je niet precies weet wat je rijdt. Bij 15.000 kilometer is dat 2.700 kWh per jaar.
Wat een paneel opwekt. Een modern paneel van 430 Wattpiek levert in Nederland zo’n 0,85 tot 0,9 kWh per Wattpiek per jaar afgerond 375 kWh. Dat geldt bij een gunstige ligging. Op een oost-westdak of met schaduw van een boom of dakkapel kan het 10 tot 20 procent lager uitvallen.
2.700 gedeeld door 375 is 7,2. Vandaar de 7 tot 8 panelen.
Per jaarkilometrage
| Kilometers per jaar | Laadstroom | Panelen van 430 Wp |
|---|---|---|
| 10.000 km | 1.800 kWh | 5 |
| 15.000 km | 2.700 kWh | 7 |
| 20.000 km | 3.600 kWh | 10 |
| 25.000 km | 4.500 kWh | 12 |
Dit zijn panelen bovenop wat je al nodig hebt voor je huishouden. Een gemiddeld huishouden verbruikt 2.500 tot 3.000 kWh per jaar; een elektrische auto verdubbelt je stroomverbruik dus vaak ongeveer. Wat dat aan geld betekent, hangt sterk af van hoe en waar je laadt.
Waarom dit getal vanaf 2027 anders werkt
Hier zit de kern, en dit is wat de meeste rekentools op internet weglaten.
De rekensom hierboven is een jaarbalans: over twaalf maanden wekken je panelen net zoveel op als je auto verbruikt. Die logica hoorde bij de salderingsregeling. Je panelen leverden in juni ruim op, dat overschot ging het net op, en in december haalde je het er weer af. Op je jaarafrekening werd het tegen elkaar weggestreept.
Vanaf 1 januari 2027 stopt dat. Dan telt niet meer de jaarbalans, maar de gelijktijdigheid: schijnt de zon op het moment dat je auto aan de laadpaal hangt? Zo niet, dan koop je stroom in tegen het volle tarief en heb je je eigen zonnestroom eerder voor een fractie daarvan het net op gestuurd.
In de praktijk laad je daardoor 50 tot 60 procent van je laadstroom werkelijk op eigen zon, ook met acht panelen op je dak. De rest komt van het net.
Moet je dan meer panelen nemen?
Nee. Dat is de verleidelijke conclusie en hij is verkeerd.
Extra panelen produceren op dezelfde momenten als je bestaande panelen: midden op de dag, vooral tussen maart en oktober. Ze vergroten je overschot, niet je gelijktijdigheid. Sinds het einde van salderen bekend is, worden extra panelen juist minder interessant —
Wat wél werkt, is laden op de momenten dat je panelen leveren.
Daar is geen extra paneel voor nodig, maar een laadpaal die meebeweegt met je overschot: zo laad je op je zonneoverschot. Kun je door je werkdagen niet overdag thuis laden, dan pas is een thuisbatterij de volgende afweging.
En als je al panelen hebt?
Kijk dan niet naar het aantal, maar naar je teruglevering. Lever je jaarlijks meer dan 1.500 kWh terug, dan heb je genoeg opwek voor een elektrische auto je gebruikt het alleen op de verkeerde momenten. Bijplaatsen levert dan weinig op; slimmer laden veel.
Wij stemmen zonnepanelen, laadpaal en apparaten op elkaar af met een energiemanagementsysteem, zodat je opwek en verbruik samenvallen. Wil je weten wat dat in jouw situatie oplevert? Mail ons via salderingsregeling@gmail.com.
Meer over het einde van het salderen? Bekijk de kennisbank salderingsregeling.
