Er is iets ongemakkelijks aan zonnepanelen dat je in vrijwel geen enkele brochure terugvindt: het rendement van jouw investering hangt af van hoe weinig anderen dezelfde investering doen.
Dat klinkt hard, maar het is simpele markteconomie. En vanaf 1 januari 2027, wanneer de salderingsregeling stopt, ga je het voor het eerst rechtstreeks op je energierekening terugzien.
Iedereen produceert op hetzelfde moment
Zonnepanelen hebben één eigenschap die ze uniek maakt: ze produceren allemaal tegelijk. Als jouw dak op een dinsdagmiddag in juni op vol vermogen draait, doen de daken van je hele straat, je hele wijk en je hele provincie dat ook.
De stroomprijs komt per tijdvak tot stand uit vraag en aanbod. Op het moment dat jouw stroom het net op gaat, gaat die van iedereen het net op. Het aanbod piekt, de prijs zakt.
Economen noemen dit kannibalisatie: hoe meer van een bepaalde productiebron er bij komt, hoe lager de prijs die precies die bron nog kan vangen.
De cijfers laten het duidelijk zien
Er bestaat een maatstaf voor: de capture rate, oftewel welk deel van de gemiddelde marktprijs zonnestroom nog weet te vangen.
Die daalt al jaren. In augustus 2026 lag de gemeten marktwaarde van zonnestroom op 7,9 cent per kWh, tegenover een gemiddelde marktprijs van 12,5 cent. Zonnestroom is dus nog maar zo’n 63 procent van de gemiddelde stroomprijs waard. Gemeten over alle zonuren van een heel jaar valt dat cijfer nog lager uit.
Het aantal uren met een negatieve stroomprijs vertelt hetzelfde verhaal in het extreme. Nederland ging van 85 uren in 2022 naar 316 in 2023, 458 in 2024 en ruwweg 580 in 2025. Bijna al die uren vallen tussen elf en vier, tussen maart en oktober. Precies jouw productie-uren.
De overheid ziet het ook. In de knelpuntenanalyse van RVO staat de afnemende marktwaarde van zonnestroom bovenaan de lijst met obstakels voor verdere groei.
Waarom je dit tot nu toe niet merkte
Door de salderingsregeling. Tot en met 31 december 2026 wordt je teruglevering één op één weggestreept tegen je afname, tegen jouw eigen leveringstarief. Wat je stroom op de markt waard was op het moment dat je hem terugleverde, deed er domweg niet toe.
Salderen was daarmee een prijsgarantie. Je kreeg de waarde van avondstroom voor middagstroom, ongeacht wat de markt ervan vond.
Vanaf 2027 verdwijnt die garantie. Je terugleververgoeding gaat de marktwaarde volgen, en die marktwaarde daalt naarmate er meer panelen bij komen.
Het is geen argument tegen zonnepanelen
Belangrijk om helder te hebben: dit is geen reden om geen panelen te nemen, en het is zeker niet de schuld van je buren.
Elke kilowattuur die je zelf opwekt en direct verbruikt, is nog altijd een kilowattuur die je niet hoeft in te kopen voor dertig cent. Die waarde is volledig onafhankelijk van de markt, van je buren en van de salderingsregeling. Zonnepanelen blijven rendabel.
Wat verandert is de balans. Vroeger was elke extra kilowattuur ongeveer evenveel waard, of je hem nu zelf gebruikte of teruglverde. Vanaf 2027 zijn dat twee totaal verschillende dingen: zelf gebruiken levert dertig cent op, terugleveren misschien vijf.
Wat dat betekent voor je installatie
Hier zit de praktische conclusie, en die druist in tegen het advies van de afgelopen tien jaar.
Onder salderen gold: hoe meer panelen, hoe beter. Alles wat je te veel opwekte, kon je immers wegstrepen. Vanaf 2027 geldt dat niet meer. Panelen die alleen produceren voor teruglevering leveren nog maar een fractie op van wat ze onder salderen deden.
Een kleiner systeem met een hoog eigen verbruik verslaat vanaf 2027 een groot systeem dat vooral teruglevert. Niet omdat het minder stroom oplevert, maar omdat de stroom die het oplevert meer waard is.
Voor wie al panelen heeft, is de conclusie hetzelfde maar de vraag anders. Je installatie ligt er. De enige knop waar je nog aan kunt draaien, is welk deel van je opwek je zelf gebruikt.
De enige variabele die je nog zelf bepaalt
Op de marktprijs heb je geen invloed. Op het aantal zonnepanelen in Nederland ook niet. Op het moment waarop jij je auto laadt, je boiler opwarmt en je warmtepomp laat draaien wél.
Een energiemanagementsysteem meet doorlopend wat je opwekt, wat je verbruikt en wat stroom op dat moment kost, en verschuift je verbruik automatisch naar de uren waarin je panelen produceren. Daarmee haal je de waarde uit je eigen dak in plaats van uit een markt die steeds minder voor je stroom betaalt.
