Strakblauwe hemel, geen wolkje te zien, en toch valt je opbrengst tegen. Midden op de dag zakt de productie ineens weg of staat de teller op nul.
Je omvormer is niet kapot. Hij heeft zichzelf uitgeschakeld omdat de spanning op het net te hoog werd. En dat gebeurt in Nederland steeds vaker, precies op de momenten dat je panelen het meeste zouden moeten opleveren.
De grens ligt op 253 volt
De netspanning in Nederland is nominaal 230 volt, met een toegestane marge van 10 procent naar boven. Dat komt neer op een bovengrens van 253 volt.
In de Netcode is vastgelegd dat apparaten zoals een omvormer moeten afschakelen zodra de netspanning boven de 253 volt uitkomt.
Dat is geen storing en geen defect, maar een verplichte beveiliging die schade aan apparatuur voorkomt.
Het venijn zit in hoe die spanning ontstaat. Om stroom het net op te krijgen, moet je omvormer een iets hogere spanning maken dan het net zelf. Meet hij 230 volt, dan levert hij bijvoorbeeld op 232 volt. Doen alle omvormers in je straat dat tegelijk, dan tilt de hele wijk elkaars spanning omhoog. Uiteindelijk raakt iemand de grens, en dat is degene met de langste kabel of de zwakste aansluiting.
Waarom juist op de beste dagen
De eerste problemen ontstaan meestal op zonnige zondagen, wanneer fabrieken, winkels en kantoren in de buurt dicht zijn. Veel aanbod, weinig afname, en de spanning loopt op.
Zodra de zon afneemt en de spanning weer onder de grens zakt, schakelt je omvormer vanzelf terug in. Daardoor merk je er in de praktijk weinig van, behalve dat je jaaropbrengst structureel wat lager uitvalt dan verwacht.
Waarom je het niet terugziet in je app
Je omvormer-app registreert wat er is opgewekt. Niet wat er opgewekt had kunnen worden.
Een uur waarin je installatie stilstond, verschijnt niet als verlies. Het is gewoon een dal in de grafiek, en dalen zijn normaal voor een wolk, voor schaduw van een boom, voor het einde van de middag. Dat is precies waarom dit probleem zo vaak jarenlang onopgemerkt blijft.
Herken je het patroon wel, dan is het onmiskenbaar: een productiecurve die op een wolkeloze dag een platte top heeft of midden op de dag naar nul duikt en daarna weer opveert.
Zo controleer je het
De meeste omvormers loggen de netspanning. In de app van SolarEdge, Enphase, Growatt of SMA vind je die onder de detailgegevens per fase, vaak aangeduid als AC-spanning of grid voltage. Zit je overdag regelmatig tegen de 250 volt aan, dan is dit vrijwel zeker je probleem. Ook de foutmeldingen in het logboek helpen — zoek op codes die verwijzen naar overspanning of grid voltage.
Wat je er zelf aan kunt doen
De afstand tussen je meterkast en je omvormer telt mee. Meet je in de meterkast 250 volt, dan kan het bij de omvormer al 254 of 255 volt zijn, en daar gaat hij dan uit. Een te dunne of te lange kabel maakt het probleem dus erger dan het buiten je huis is. Volgens NEN 1010 hoort het spanningsverlies in die leiding onder de 1 procent te blijven.
Heb je een driefasenaansluiting met een eenfase-omvormer, dan is er vaak een simpele winst te halen door de omvormer over te zetten naar een fase met een lagere spanning. Laat dat door een installateur doen er wordt in de meterkast gewerkt.
De structurele oplossing: minder terugleveren
Alles hierboven bestrijdt symptomen.
De oorzaak is dat er meer stroom het net op gaat dan het lokaal kwijt kan.
Elke kilowattuur die je in huis gebruikt op het moment dat je hem opwekt, hoeft niet naar buiten. Dat verlaagt de stroom door je aansluiting en daarmee de spanningsverhoging die je omvormer eruit gooit. Verbruik verschuiven naar de zonuren lost het probleem niet altijd volledig op, maar het verkleint het wel — en het levert je vanaf 2027 sowieso geld op, wanneer de salderingsregeling stopt en teruggeleverde stroom een stuk minder waard wordt.
Een energiemanagementsysteem doet dat automatisch: het stemt je laadpaal, boiler, warmtepomp en witgoed af op wat je panelen op dat moment produceren. Je omvormer draait door, en je stroom blijft binnen.
