Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Op veel boerenerven liggen daken vol panelen die destijds precies op die regeling zijn gedimensioneerd. Juist voor boeren verandert de rekensom het meest.

Eerst: geldt het wel voor jou?

Salderen was alleen mogelijk bij een kleinverbruikaansluiting tot en met 3×80 ampère.

Een fors deel van de agrarische bedrijven zit daar al boven. Melkveebedrijven met een robot en koeling, glastuinbouw, intensieve veehouderij met luchtwassers die hebben vaak een grootverbruikaansluiting en konden dus al niet salderen. Voor hen verandert er per 2027 niets aan de systematiek.

Zit je wél onder 3x80A, dan raakt de wijziging je direct. Kijk op je netbeheerderfactuur als je twijfelt.

Wat er verandert

Tot en met 2026 streep je teruggeleverde stroom weg tegen je afname. Elke teruggeleverde kWh is daarmee net zoveel waard als een ingekochte kWh.

Vanaf 2027 vervalt dat wegstrepen in één keer, zonder afbouw. Je betaalt het volle tarief over alles wat je afneemt en ontvangt een terugleververgoeding voor wat je teruglevert. Die vergoeding is tot 2030 wettelijk minimaal 50% van het kale leveringstarief, maar na aftrek van terugleverkosten blijft er bij de meeste leveranciers minder dan een cent per kWh over.

Een detail dat op agrarische bedrijven vaak speelt: salderen kon nooit méér dan je eigen jaarverbruik. Wek je structureel meer op dan je gebruikt, dan kreeg je voor dat overschot ook nu al alleen een terugleververgoeding. Dat deel van je opbrengst verandert niet – het deel dat je wél saldeerde des te meer.

Rekenvoorbeeld

Een bedrijf met een kleinverbruikaansluiting en 110 panelen:

Jaarlijkse opwek 45.000 kWh
Jaarlijks verbruik 35.000 kWh
Direct zelf gebruikt (40%) 18.000 kWh
Teruggeleverd 27.000 kWh
Afgenomen van het net 17.000 kWh

2026 met saldering: de teruglevering wordt weggestreept tegen de afname. Voor de stroom zelf betaal je nagenoeg niets.

2027 zonder saldering: de 17.000 afgenomen kWh kost bij een gemiddeld tarief van € 0,20 per kWh circa € 3.400. Voor de 27.000 teruggeleverde kWh ontvang je bij een halve cent netto nog zo’n € 135.

Gaat het zelfverbruik van 40% naar 65%, dan daalt de afname naar ongeveer 5.750 kWh en de rekening naar circa € 1.150. Dat scheelt ruim € 2.000 per jaar.

Je eigen tarief hangt af van je energiebelastingschijf en je contract; bij een hoger verbruik ligt het gemiddelde kWh-tarief lager.

Waar op het bedrijf zit de winst?

Het patroon op een agrarisch bedrijf is anders dan in een woning of op een kantoor. Er is meestal een stevige basislast die dag en nacht doorloopt, met pieken die niet altijd samenvallen met de zon.

Melkveehouderij. Koeltank en melkrobot draaien continu, maar de grootste pieken liggen rond het melken, ’s ochtends vroeg en ’s avonds. Daar valt winst te halen door de melkkoeling en de voorkoeler te laten werken op zonne-uren, en door warmteterugwinning te koppelen aan de boiler. Een boiler die overdag op eigen stroom wordt opgewarmd, is de goedkoopste vorm van opslag die er is.

Akkerbouw. Beregening en drogen zijn grootverbruikers met veel speling in de planning. Beregenen op zonne-uren in plaats van ’s nachts scheelt direct, zeker in een droge zomer waarin de pomp weken achter elkaar draait.

Intensieve veehouderij. Ventilatie en luchtwassers lopen continu en zijn beperkt te verschuiven, maar wel te sturen op vermogen. Ook koeling en voerinstallaties bieden ruimte.

Glastuinbouw. Belichting, klimaatregeling en warmtepompen zijn zo groot dat sturing zich hier het snelst terugverdient.

Werktuigen. Elektrische heftrucks, voermengwagens, hakselaars en steeds vaker bedrijfsauto’s kun je overdag laden op eigen stroom. Dat is opslag zonder dat je een batterij hoeft te kopen.

De netkant is minstens zo belangrijk

Voor veel agrarische bedrijven is teruglevering allang niet meer het grootste probleem. Netcongestie is dat wel.

Wil je uitbreiden — een extra robot, een warmtepomp, laadpunten, meer koeling dan loop je in grote delen van het land tegen wachtlijsten voor verzwaring aan. In die situatie is slimme vermogensverdeling geen luxe maar de enige route: door verbruikers onderling af te stemmen blijf je binnen je huidige aansluiting en kun je toch groeien.

Dat argument staat los van saldering, maar valt er wel mee samen. Hetzelfde systeem dat je zelfverbruik verhoogt, houdt ook je piekvermogen in de hand.

Wat nu te doen

Begin bij de cijfers die je al hebt: je jaarafrekening en de gegevens van je omvormer. Opwek, verbruik en teruglevering zijn genoeg om het rekenvoorbeeld hierboven voor je eigen bedrijf in te vullen.

Kijk daarna naar je contract. De netto terugleververgoeding vanaf 2027 verschilt sterk per leverancier — bij sommige kost terugleveren je per saldo geld. Loopt je contract af, weeg dat dan mee.

En overweeg je uitbreiding van je installatie? Het oude uitgangspunt “leg het dak vol” klopt na 2027 niet meer zonder meer. Panelen die produceren op momenten dat je niets verbruikt, verdienen zich veel trager terug.


→ Bekijk hoe een energiemanagementsysteem je zelfverbruik verhoogt

Wij adviseren, ontwerpen en installeren door heel Nederland, volgens de geldende NEN-normen.


Veelgestelde vragen

Kon ik als agrariër überhaupt salderen? Alleen met een kleinverbruikaansluiting tot en met 3×80 ampère. Veel agrarische bedrijven hebben een grootverbruikaansluiting en salderen al niet. Op je netbeheerderfactuur zie je welke je hebt.

Ik wek meer op dan ik verbruik. Verandert er dan veel? Voor het deel boven je eigen verbruik niet: daarvoor kreeg je ook nu al alleen een terugleververgoeding. Voor het deel dat je wél saldeerde verandert het wel degelijk.

Blijven zonnepanelen op het bedrijf rendabel? Ja, maar de waarde verschuift van teruglevering naar eigen verbruik. Bedrijven met een hoge basislast overdag zijn daarbij in het voordeel.

Is een bedrijfsbatterij nodig? Niet altijd. Op veel bedrijven levert het verschuiven van bestaande verbruikers – koeling, beregening, drogen, laden — sneller resultaat op tegen een fractie van de investering. Bij een groot dak en een lage dagbelasting kan opslag wel zinvol zijn. Reken beide door.